Dag radiostilte, hallo Spijkers met Koppen

En toen was de radiostilte rondom ‘Wij zijn Alzheimer’ voorbij.

Het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) maakt deze kabinetsperiode 32,5 miljoen euro vrij voor de strijd tegen dementie. Dit enorme bedrag moet gaan dienen om de explosieve groei van het aantal mensen met dementie in te dammen. Zoals ik al eerder schreef, is de verwachting dat het aantal alzheimerpatienten de komende jaren enorm zal gaan stijgen. De impact van deze groei op de samenleving zal ontzettend groot zijn. Niet te betalen, en niet te bestrijden. Maar, nu zijn we nog niet zover. Dat is de insteek geweest van de overheid om met zo’n smak geld te komen. Nu kunnen we er nog wat aan doen. En dat gaat er gebeuren.

In ‘Spijkers met Koppen’, een radioprogramma dat elke zaterdag te beluisteren is op Radio 2, wordt hier morgen over gepraat. En weet je wat nou het leuke is? Ik ben als gast uitgenodigd in het programma!

Dus, zaterdag 6 april, tussen 12.00 en 14.00 uur, Radio 2: Spijkers met Koppen!spijker_header_final

‘Wij zijn Alzheimer’ winnaar BlogAwards SvJ

Op vrijdag 1 februari vonden de BlogAwards van de School voor Journalistiek plaats. Ruim 120 studenten, waaronder ik, begonnen tien weken geleden met het vak ‘Blog’ en startten hun eigen ‘dagboek op internet’. Elk van deze studenten liep tegen allerlei dingen aan. De één raakte in een twitter-conflict met Glennis Grace, de ander kokkerelde erop los voor een waar journalistiek kookblog.

Verschillen te over, maar een ding hebben bijna al deze studenten gemeen: Er werd verschrikkelijk hard gewerkt!
Op 1 februari was het voor velen welletjes geweest. De uitreiking van de BlogAwards vonden plaats. Uit elke klas werden drie studenten genomineerd. Twee door klasgenoten, en de derde door de leraar of lerares.
Hieruit kwamen er achttien blogs. Deze ‘genomineerden’ werden door een vakkundige jury beoordeeld. Er zouden drie winnaars uit naar voren komen.

Maar dit bleek nog lastig. Jurylid Frank Meeuwsen vertelde op de grote dag zelf dat de jury het niet eens was geweest, waardoor er twee 2e prijzen, en twee 3e prijzen uitgereikt werden. Met de eerste prijs erbij waren dus vijf winnaars in totaal.

Tijdens de uitreiking werden alle achttien blogs belicht. Iedere blogger kreeg het boek ‘Bloghelden’ van jurylid Frank Meeuwsen. Daarna werd de zogenoemde ‘longlist’ bekend gemaakt, die bestond uit negen, door de jury uitgekozen, studenten. Deze genomineerden onder de genomineerden werden één voor één naar voren geroepen. Enkele vragen werden gesteld, wetenswaardigheden werden opgehekeld. Ik kan me van dit deel alleen maar herinneren dat ik steeds zenuwachtiger werd. En dat was raar, want waarom was ik zo zenuwachtig als ik helemaal niet hoefde te winnen? Maar vooral: waarom werd de naam van mijn grote favoriet onder de blogs, ‘Wat Je Bent, Zeg Je Zelf’, niet genoemd?

Afijn, de uitreiking van de prijzen. Op de derde plaats eindigde ‘Semiverslaafd‘ van Bob Westland. De blogger van dit originele weblog ondervond zelf hoe het is om verslaafd te zijn, door zelf een verslaving te beleven. Ook ‘Casus Belli‘ van David Oranje kreeg een derde plaats, een blog over het Midden Oosten.

De tweede plaats was voor het blog ‘Onderaan‘ van Tom Franse, een blog over het leven van de onderste laag van de samenleving. Ook De Galante Hufter van Kay den Teuling kreeg een tweede plaats. Dit blog, dat gaat over ‘verhuftering’, heeft door het eerder genoemde conflict met Glennis Grace, de tv gehaald.

Op de eerste plaats eindigde ‘Wij zijn Alzheimer’. Ik denk niet dat ik dat moment snel zal vergeten. Een zaal vol joelende mensen voor m’n neus, een klappende jury. Hoewel ik het op dat moment allemaal heel leuk vond, besefte ik pas vele uren later hoe verschrikkelijk blij ik was. En toen ik het jurycommentaar op de blogs van juryleden teruglas, werd dit gevoel alleen maar versterkt. Dat jurycommentaar, ik kan er alleen maar heel erg blij mee zijn.

Mooie verhalen, heel persoonlijk en dichtbij. Ze haalt er de radio mee! Opvallend veel reacties waaruit blijkt dat ze mensen raakt. Dat is knap.’ en ‘Simpel, recht-toe-recht-aan maar wel erg persoonlijk, en toch relevant journalistiek. Knappe combinatie, mooi gedaan.’


“De winnaar greep de jury direct vast en liet niet meer los. Josselin Gordijn verhaalt in haar prachtige Wij zijn Alzheimer over haar vader die de ziekte heeft. Van interviews met familieleden tot en met een bezoek aan het Alzheimer Cafe. Josselin beschrijft het integer en met de liefde die ze voor haar vader heeft. Een zeer terechte winnaar volgens ons.”

Jurycommentaar

Jurycommentaar.                                                                                               Bron: Frank Meeuwsen

Bovenstaand fragment is afkomstig van het blog van Frank Meeuwsen. Het volledige stuk is hier te lezen. Ook docente Daan Westerink schreef over deze dag op haar blog. Compleet met foto’s en Social Media. Leuk om te lezen!
Lieve jury, bedankt!

De andere dochter

Muriël. Mijn grote zus, de oudste dochter thuis en nu zelf moeder.
Hoewel we dezelfde ouders hebben, schelen we een generatie. Muriël was dertien jaar toen ik geboren werd, onze andere zus was twaalf.
Vroeger vond ik dat doodnormaal. Ik nam hun ‘praat’ en gedrag gewoon over. Gingen zij naar hun kamer om huiswerk te maken? Dan ging ik, als driejarige, gewoon óók naar boven; ‘wiskunde maken’.

Muriël en Josselin, lang geleden

Muriël en Josselin, lang geleden

Inmiddels communiceren we op een ander niveau met elkaar. In de laatste weken begon ik me meer en meer af te vragen hoe het er thuis aan toe ging toen ik er nog niet was.

En hoe mijn grote zus aan kijkt tegen de situatie thuis hoe deze nu is.
Kortom, vanuit Muriëls perspectief: Wie is onze vader?

Muriël koestert veel warme herinneringen uit haar jeugd. “Mijn vader kon goed opschieten met zijn twee dochtertjes. Hij was erg zorgzaam en deed veel leuke dingen met ons. Van Lego bouwde hij dingen waarmee wij konden spelen. En van Fischertechniek, wat zijn hobby was, bouwde hij van alles en nog wat, zoals een ‘tekenmachine.’ Voor onze verjaardagen maakte hij dingen als poppenmeubeltjes. Ik had een poppentweeling, en zij kregen een tweelingbed van hem. Tafeltjes, kinderstoelen, hij kon het allemaal. Ook kon hij hele mooie taarten bakken. Als ik jarig was, mocht ik een taart uit een boek uitzoeken, en dan ging hij die bakken. Uren stond hij in de keuken.

Ik kan me herinneren dat we regelmatig naar het museum gingen. Dat vond mijn vader belangrijk. Hij was een serieuze vader, en tegelijkertijd heel zorgzaam.”

Puberteit
Toen Muriël ouder werd, veranderde haar band met haar vader. “Toen ik ongeveer twaalf was, ging ik puberen. Ik merkte dat hij dat lastig vond. Ik wilde uitgaan, er kwamen jongens in het spel. Mijn prioriteiten, maar ook die van mijn iets jongere zusje, verschoven. School was niet meer zo belangrijk, en dat vond hij moeilijk. Ik vond het ook lastig. In mijn kinderjaren had papa heel veel begrip voor mijn wereld, en daarna ineens een stuk minder. Ik dacht toen wel eens dat hij ons liever klein had gehouden, maar dat kan ik hem nu niet meer navragen.”

“Lijk je op papa?”, vraag ik haar. “Ja. Papa is mega perfectionistisch. Ik ken niemand die zo perfectionistisch is als hij. Hij wilde altijd alles goed doen, falen was gewoon geen optie. Ikzelf ben ook heel perfectionistisch. Ik wil in één keer iets goed doen, terwijl sommige dingen niet meteen goed kunnen gaan. Onbewust ben ik zo geprogrammeerd. Papa heeft nooit tegen me gezegd dat het zo moest, hoor.
Een voorbeeld uit de praktijk is dat je, in zijn ogen, na de middelbare school gaat studeren. Je kiest een studie, die volg je, en maak je af.
Ik was net achttien toen ik klaar was met het VWO en wist absoluut nog niet wat ik wilde studeren. Ik wilde graag reizen, dingen zien. Een half jaar naar Australië, dat wilde ik! Maar in zijn ogen was dat niet de juiste keuze. Hij was bang dat ik niet meer zou gaan studeren. Omdat hij zo graag wilde dat ik niet zou gaan, ben ik toch meteen gaan studeren. Over die keuze heb ik nog vaak nagedacht.”

Kleinkind
Muriël is nu zelf moeder van een dochtertje van vijftien maanden. “Mijn vader vindt haar heel leuk, dat is duidelijk te zien. Mijn dochter is natuurlijk nog een baby, ze lacht veel en maakt geluidjes. Ze doet niet moeilijk en verwacht niks van hem. Dat merkt hij, en hij voelt zich bij haar op zijn gemak. Het is leuk om te zien dat hij met haar op eenzelfde niveau kan communiceren, doormiddel van geluidjes.”

Mijn zus vertelt dat ze inmiddels gewend is geraakt aan het idee dat haar vader ziek is. “De ziekte verloopt geleidelijk. Het wennen aan deze situatie ook. Ik neem het nu zoals het komt. Ik maak het natuurlijk van een andere afstand mee dan jij en onze moeder dat doen. Ik ben niet meer elke dag in zijn omgeving, en dat maakt dat ik het ook meer van een afstand kan zien.”

Dit is niet altijd zo geweest, zegt ze. “In het begin vond ik het heel moeilijk dat hij ziek was. We wisten allemaal al jaren dat er iets aan de hand was, maar we dachten dat het een burn-out was. Ik ken papa als iemand die heel hard werkte en heel serieus zijn werk deed. Hij zei altijd: ‘ik moet nu hard werken, maar straks, als ik met pensioen ben, ga ik al mijn oude hobby’s weer oppakken’. Maar hij was nog niet met pensioen of hij was al ziek. Dat vond ik echt heel erg. Al die dingen die hij zo graag had willen doen, maar jaren had uitgesteld, het kon nu niet meer. En dat verdient hij niet.”

In zijn waarde laten
Nu, jaren later, nu Alzheimer mijn vader bijna overgenomen heeft, probeert Muriël de ziekte een plekje te geven. “We moeten er het beste van maken en papa nemen zoals hij is. Ik vind dat we niet alles uit handen moeten nemen, hij moet serieus genomen worden en uitgedaagd worden. Als ik bij hem ben, blijf ik hem dingen vragen. Iets als ‘dek je de tafel even?’ en dan geef ik hem een vork en een mes. Ik weet wel dat deze niet op de goede plek aan zullen komen, maar ik geef hem wél het gevoel dat hij dat zelf nog doet en kan.”

“Alzheimer is echt mensonterend”
“Alzheimer is een ontzettend oneerlijke, nare ziekte. Ik vind het echt mensonterend. Deze ziekte maakt je een heel ander mens. Als je ernstig ziek bent, word je sowieso vaak ‘een ander mens’, omdat je verandert door wat je meemaakt. Maar deze ziekte verandert jou als persóón. Het maakt je heel anders dan je altijd geweest bent.”

“Mis je papa?”, vraag ik mijn zus. Muriel denkt na.
“Langzaam wordt het minder. Er ontstaat een steeds grotere afstand tussen mijn vader en mij. Ik mis hem wel als opa voor mijn dochter. Hij weet nog net dat er een klein meisje is geboren en hij weet misschien hoe ze heet. Maar ik vind het heel jammer dat hij niet meer echt betrokken is bij haar. Ik kan geen dingen meer vragen aan hem.

Mijn vader verdwijnt heel langzaam als persoon. Hij is er nog, maar zonder de karakteristieke kenmerken die hem mijn vader maakte.”

Zusjes

Zusjes

Het Alzheimercafé: Gezellig praten over ongezelligheden

‘Mam, ik ga vanavond naar het Alzheimercafé in Eindhoven.’
Zo begon afgelopen maandag een telefoongesprek tussen mijn moeder en mij.
“Oh. Zal ik meegaan?”, vroeg mijn moeder.
“Ja graag, maar waar laat je papa dan?”

Enkele uren later bevond ik mij op de bank in Valkenswaard, tussen mijn ouders in. Mijn moeder besloot het er op te wagen.
“Pap, ga je mee vanavond? Naar een Alzheimercafé?” 
Mijn vader keek ons aan, één voor één. Hij zei niets, maar zijn houding straalde lichte spanning uit. 
“Waarom?”
Ik antwoordde: “Omdat ik dat een keer gezien wil hebben. Ik ben er nog nooit geweest en ik wil weten wat het is.”

Stilte.

“Nou, dan moeten we dat maar eens proberen”, zei mijn vader. Mijn moeder en ik keken elkaar snel aan. Pfieuw. 

Het café

Het Alzheimercafé

Het Alzheimercafé

Een Alzheimercafé is een maandelijks bijeenkomst voor mensen met dementie, hun naasten en andere geïnteresseerden. Nederland telt meer dan 200 café’s, verdeeld over het hele land. Elke bijeenkomst heeft een thema. Deze verschilt van plaats tot plaats. Meestal komt er een professional en/of een ervaringsdeskundige een praatje houden en is er ruimte om ideeën en ervaringen omtrent dementie uit te wisselen met andere bezoekers.

De uitstraling van een echt café

De uitstraling van een echt café

De bijeenkomst waar wij naar toe gaan, vindt plaats in het DAF-museum in Eindhoven. Tussen de trucks en showauto’s is een klein, knus cafeetje nagebootst, compleet met gezellig gedekte cafétafeltjes en sfeervolle livemuziek van een accordeonist. Het ruikt er naar autobanden, koffie en warme lampen. Een aardige vrijwilligster wijst ons de weg. “Neemt u daar een kopje koffie met een koekje. Mocht u geïnteresseerd zijn, dan vindt u daar de stand van Alzheimer Nederland, met informatie en literatuur.” Ik besluit even een kijkje te nemen bij deze literatuurstand en sta al snel te neuzen in het grote aanbod dat er te verkrijgen is. Titels als ‘Ik ben al vier jaar weduwe, alleen mijn man weet het nog niet‘ en ‘Een opa met gaatjes‘, zetten me aan het denken.

Op vakantie met ‘bijzondere partners’ 

Het onderwerp van deze avond is ‘op vakantie met een partner met dementie’. Een ambassadrice van Het Vakantiebureau.nl toont een filmpje en vertelt over de mogelijkheden die er zijn als je samen met je partner met dementie op vakantie wilt. Vakantiebureau.nl biedt dergelijke vakanties in- en buiten Nederland. Op deze manier kunnen partners op vakantie in een groep, bestaande uit ongeveer zestig ‘lotgenoten’ en nog eens twintig vrijwilligers. Alles lijkt mogelijk in deze vakanties. Er worden activiteiten aangeboden, maar iedereen mag z’n eigen gang gaan. En dat is, volgens de ambassadrice, de kracht van dit vakantiebureau. De deelnemers zitten nergens aan vast, maar er worden wel genoeg activiteiten aangeboden én een groot deel van de zorg voor de persoon met dementie wordt overgenomen.
En dat is nodig, zo beamen verschillende mantelzorgers in de zaal. “Op vakantie gaan is niet meer zo gemakkelijk als vroeger, ik ben continue met mijn man bezig”, zo vertelt een bezoekster. Een andere vrouw vult aan: “Het lijkt me fijn als ik écht vakantie zou kunnen vieren”.

Er worden continue vragen gesteld aan bezoekers van het Alzheimercafé. Hierdoor krijg ik het idee dat we in een soort interactieve toneelvoorstelling zijn beland.

Pa

Aandachtig luisteren naar de presentatie

In het begin keek ik steeds zenuwachtig naar mijn vader als de term ‘Alzheimer’ of ‘dementie’ viel. Ik kon mijn vader niet peilen.

Hij was erg stil. Ik begon me af te vragen of het een slimme zet was geweest om hem hiermee naar toe te nemen. Waar zou hij nu aan denken? Onderzoekend keek ik hem meerdere malen aan. De inhoud van het promotiepraatje begon me steeds minder te boeien. Dan worden mijn twijfels beantwoord met een knipoog van pa’s kant. Het is goed. Gelukkig.
We voeren een mini-discussie over hoe je het woord ‘pastoor’ uitspreekt (want is dat pástoor, zoals de ambassadrice zegt, of pastóór, zoals ik dat zeg?) en dan is het pauze.

pa

De accordeonist neemt zijn plaats weer in, tot groot genoegen van mijn muziekliefhebbende vader. Met mijn moeder heb ik een kort gesprek over het onderwerp van deze bijeenkomst. Een heel goed initiatief, die vakanties, en ongetwijfeld goed geregeld. Maar mijn ouders horen daar niet thuis. Nog niet. De gemiddelde leeftijd van de mensen die voor dergelijke vakanties kiezen is boven de 70 jaar. En daar past mijn moeder in elk geval niet bij.

Tijdens het vragenrondje blijkt dat een andere bezoeker er ook zo over denkt. “Zijn er ook dergelijke vakanties voor jong dementerenden?”, is zijn vraag. Nee, die zijn er nog niet. Omdat er ‘niet genoeg vraag naar is’, aldus de ambassadrice. Jammer, want ik denk dat deze er wel is. Er zijn inmiddels zo’n 12.000 jong dementerende personen in Nederland en ik kan me ergens voorstellen dat deze ook graag op een dergelijke vakantie willen.

De presentatie is afgelopen en er worden bloemetjes uitgedeeld. De ambassadrice krijgt een boeket, een jarige vrijwilligster krijgt er eentje. Maar er zijn er nog een paar over. De presentatoren van de avond, twee ervaren psychologen, reiken de laatste boeketjes uit aan willekeurige bezoekers. Als een soort steuntje in de rug.

Er word geapplaudisseerd. Mijn moeder en ik kijken elkaar aan. Papa ziet er moet uit. We gaan naar huis. Het is genoeg geweest.

Kijk hieronder voor een filmpje!

‘Wij zijn Alzheimer’ op BNN Today, Radio 1

Jawel, ik ben op de radio geweest!

Ontzettend verrast was ik toen ik een berichtje kreeg van BNN Today. Ze hadden mijn blog gelezen en vroegen of ik een keer in de studio wilde komen praten. Nou, graag zelfs!
Ik zou in hun avondprogramma komen en geïnterviewd werden door Willemijn Veenhoven, die elke avond het actualiteitenprogramma presenteert.
Dinsdag 22 januari was het de dag. De dag dat ‘Wij zijn Alzheimer’ bijna 600 views in een paar uur tijd kreeg. De dag dat ik reacties kreeg uit alle hoeken van Nederland. De dag dat ik me meer dan ooit te voren besefte dat ik voor mijn vader iets groots verborgen hield.
Maar een verdomd mooie dag.
Samen met vriendjelief vertrok ik, enigzins gedupeerd door die geweldige aangepaste dienstregeling van de NS, richting het Media Park in Hilversum. Na een kwartiertje glijden door de sneeuw doemde het NOS-gebouw op uit de bebouwing. Een walhalla voor menig journalistiek student.
Door de strakke, smetteloze lobby waande wij ons naar de receptie. We werden nagecheckt en kregen een hippe bezoekerspas, waarmee letterlijk alle deuren zich voor ons openden.
Op de juiste verdieping werden we opgepikt door een ‘mannetje van de radio’ en daar begon het avontuur.
Radiostudio’s kende ik al van school, maar dit was allemaal toch wel even iets groter!
Daan (‘vriendjelief’) en ik kregen een rondleiding over de verschillende radioredacties en niet snel daarna mocht ik de studio in. Samen met dé Willemijn Veenhoven.
Terwijl ik werd voorzien van thee vroeg ik me af of mijn kloppende hart door de microfoon hoorbaar zou zijn. Echter, toen we ‘live’ waren en Willemijn begon te praten, klopte mijn hart weer normaal en was mijn spanning verdwenen. En wat was het gruwelijk leuk.
BNN, bedankt!
Wil je het item terug luisteren én de webcambeelden uit de studio zien? Klik hier. Daar aangekomen scroll je naar beneden en klik je op ‘Josselin blogt over Alzheimer’.
Laat me weten wat je ervan vindt!

“Heb ik dat gemaakt?”

“Deze twee heb jij gemaakt hè, pa”
“Ik?”
“Ja, daar staat je naam bij”
“O, dat zal dan wel”

Op de dagbesteding waar mijn vader doordeweeks naar toe gaat, is er elke woensdag een schilderactiviteit. De gasten die willen kunnen samen met een vrijwilligster schilderen. Hoewel mijn vader er inmiddels, noodgedwongen, de brui aan heeft gegeven, kan ik nog wél mooi zeggen dat mijn pa’s werk ergens hangt. Zij het in een aan de dagbesteding-gerelateerdverzorgingstehuis.

Ik besloot, samen met de kunstenaar him-self, een kijkje te gaan nemen. Hoewel de schilderijen weggehangen waren in een saaie, donkere gang, was het leuk om te zien.

Mijn vaders abstracte werk naast een fraai stilleven

Mijn vaders abstracte werk naast een fraai stilleven

Al snel vond ik de werkjes van mijn vader. Ze vielen meteen op, omdat ze de enige ‘abstracte’ in het rijtje waren. Enigszins beduusd stond ik naar de andere doeken te kijken. Deze waren compleet anders! Een konijn, een strand, een stilleven. En dan het abstracte kleurwerk van mijn vader. Waren die andere schilderijtjes echt door zijn lotgenoten gemaakt? Het blijkt maar weer eens dat deze ziekte met ieder persoon iets anders doet.

Mijn vader was altijd een groot kunstliefhebber. Als klein kind werd ik meegesleept van tentoonstelling naar tentoonstelling. Picasso, van Gogh; ik heb het gezien. Toch houdt hij niet zo van abstracte kunst, zegt hij. “Je moet veel van die werken gezien hebben, wil je begrijpen wat er mooi aan is. En iedereen heeft er een andere mening over.” Aldus mijn vader.

Alle schilderijtjes werden uitgebreid bekeken

Alle schilderijtjes werden uitgebreid bekeken

Waarom hij zelf abstract schildert? Omdat hij niet anders kan. En omdat hij, als hij zelf bezig is, totaal niet meer weet wat abstract is, en wat niet.

Mijn vader vond de ‘tentoonstelling’ leuk om te zien. En ik ook. Maar de eerste keer dat hij thuis kwam met zo’n schilderijtje, was ik er niet over te spreken. Het deed me denken aan een kleuter die een knutselwerkje van school mee naar huis nam. En mijn vader was geen kleuter.

Ik ben blij dat ik er nu met een glimlach naar kan kijken, en dat ik alleen maar hoop dat hij plezier heeft beleefd aan het maken ervan. We hebben in ieder geval plezier beleefd met het kijken ernaar.

Kijk hieronder voor een filmpje!

Tweestrijd

Het alom bekende dilemma in de Harry Potter verhalen is natuurlijk het feit dat “de één niet kan voortleven als de ander niet dood is”. Volgens de Profetie betekent dit dat Harry Voldemort zal moeten doden, of andersom. Samen voortleven gaat niet.

Dit dilemma heb ik vaak overdacht. Het is zo’n beetje de strekking van een knelpunt waar ik in vast zit. Wat goed is voor mijn moeder, is niet goed voor mijn vader. En wat goed is voor mijn vader, is niet goed voor mijn moeder.

Dit is te zien in kleine dingen, zoals de gesprekken die we voeren. Als ik in de weekenden in Valkenswaard ben, zijn we vaak met z’n drieën thuis. Een onnatuurlijke situatie heeft zich meester gemaakt van onze eens normale ouders-kind relatie. Een normaal gesprek is er tussen ons drieën bijna niet meer te voeren. Mijn vader is een uitzonderlijk ontwikkeld en welbespraakt persoon, maar kampt sinds een half jaar met een spraakprobleem: hij kan maar niet op de juiste woorden komen. Daarnaast maakt hij niet veel mee van wat er gebeurt in de wereld. Als ik met mijn moeder praat, kan mijn vader ons vaak niet volgen. Wij praten samen te snel, te geanimeerd, leggen te veel links die hij zo snel niet ziet. Praat ik met mijn vader, dan is dit een eenvoudig gesprek. Er is dus altijd iemand buitengesloten.

Foto: Willy Gordijn

Foto: Willy Gordijn

Wat doe je daaraan? Alleen nog maar langzaam praten? Zaken die hij niet zal begrijpen verzwijgen? Ja, dan zou mijn vader meer kunnen begrijpen. Maar dan zijn mijn moeder en ik onze natuurlijke vorm van communiceren kwijt. Dan wordt de onnatuurlijke situatie alleen maar onnatuurlijker. Al is het uiteraard buitengewoon onprettig voor mijn vader als hij niet snapt wat wij bespreken.

Een ander voorbeeld, is het verhuisdilemma. Het huis van mijn ouders staat te koop, maar iedereen weet hoe de economie vandaag de dag in elkaar steekt; veel schot in de verkoop is er niet. Wat er gebeurt als het verkocht wordt? Ik denk dat de boel in elkaar stort. Voor mijn vader dan. In het huidige huis weet mijn vader nog een beetje de weg, het is een veilige plek voor hem en hij kent de buurt. Zouden mijn ouders naar een andere plaats verhuizen, dan verandert alles. Voor mijn moeder zal dit misschien een openbaring zijn: Dichter wonen bij haar familie, haar dochters en haar kleinkind, waar ze zo graag op zou passen. Voor mijn vader zal het desastreus zijn. Wie zegt dat hij nog kan wennen in een ander huis en met misschien wel andere verzorgenden?

Het is vaak alsof ik moet kiezen, kiezen voor mijn vader, of kiezen voor mijn moeder. Over een tijdje zal ik dit volledig aan de kant moeten zetten. Als het zover komt dat mijn vader opgenomen moet worden, zal er een nieuw tijdperk aanbreken. Een, naar omstandigheden, goed tijdperk voor mijn moeder, want ze zal hoe dan ook ontlast worden van de loodzware zorg voor haar man. Ze zal haar vrijheid terug hebben, haar leven opnieuw vorm kunnen geven en niet langer gevangen zitten tussen de bakens die de Alzheimer hier gecreëerd heeft. Voor mijn vader zal dit het laatste station zijn, hij zal zijn laatste beetje vrijheid kwijt zijn en zijn wereld zal nog meer verkleinen. Een schrijnende toekomst tegenover de bevrijdende variant die mijn moeder opwacht.

Hoewel ik een enorme brok in mijn keel heb nu ik dit schrijf, en hoewel ik absoluut niet wil dat mijn vader opgenomen wordt: ik gun mijn moeder haar vrijheid. Ik gun haar haar leven terug. Ik zie hoe zij gevangen zit in dit bestaan, gevangen in het strakke ritme dat de verzorging van mijn zieke vader met zich meebrengt.
En dan zie ik weer hoe zeer mijn vader haar nodig heeft. Hoe mijn vader op haar vertrouwt.
Terwijl tegelijkertijd duidelijk wordt hoe de zware zorg mijn moeder tekent, hoe het haar, heel langzaam, teveel wordt. Al heeft ze een belachelijk lange adem.
Het is eindeloos.